zaterdag 14 november 2009

regency ball gown

I think this is going to be my inspiration for a regency ball gown!! http://ladyofportlandhouse.blogspot.com/2009/06/first-annual-sherwood-regency-ball.html


dinsdag 10 november 2009

how to dress at the 18th century

at the website from http://www.marquise.de/en/1700/howto/frauen/18anziehen.shtml you can find a description..how to dress at the 18th century!!! I love it!!! Also a few patterns!!












































maandag 9 november 2009

brotherhood of the wolf

At the website from http://www.naergilien.info/movies/PdW/index.htm you find a lot of beautifill movie pictures!!!!!!..She makes also lovely costumes and you find there greet tutorials!!

zondag 8 november 2009

molensteenkraag


In de tweede helft van de 16de eeuw raakten deze kragen in zwang onder invloed van de mode van de Spaanse bezetters. Vroege molensteenkragen waren stijf en regelmatig geplooid. Dit exemplaar is echter losser en rommeliger. Omstreeks 1615-1635 was dit type populair bij jonge, modieuze mannen. Dit is de enige plooikraag ter wereld die nog over is.
De molensteenkraag of lubbenkraag is een ronde kraag van geplooid wit linnen. Deze kraag was in Nederland in de mode vanaf het einde van de 16de eeuw tot en met het eerste kwart van de 17de eeuw. De lubbenkraag begon klein, maar kreeg een steeds grotere diameter, totdat hij tenslotte op een molensteen leek. Het maken van zulke grote kragen was een ingewikkeld en tijdrovend karwei, dat werd uitgevoerd door specialisten, meestal Vlaamse en Hollandse vrouwen. Voor een molensteenkraag was heel veel stof nodig, soms wel 15 meter. Meestal werd linnenbatist gebruikt, zeer fijn geweven linnen, dat vaak nog werd versierd met kloskant. Na het wassen en stijven werd de stof gerimpeld of met plooien aan een boord gezet en daarna met rondzetijzers of pijperijzers bol gestreken. De kostbare kragen werden gedragen door welgestelden, zowel heren als dames.

jas en broek

Na het midden van de 18de eeuw droegen modieuze mannen een jas van effen stof, versierd met veelkleurig borduursel. Vaak waren in het borduurwerk metaaldraad, lovers, pailletten of gekleurd glas verwerkt, zodat iemand in zo'n kostuum letterlijk een 'schitterende' entree kon maken. Hoewel niet zó spectaculair, was ook dit kostuum bedoeld om te dragen tijdens feestelijke gelegenheden. Helaas is de oorspronkelijk donkerblauwe fluweel met de golvende ribbels sterk verkleurd. Het jasje is erg smal in de schouders. De man die dit pak droeg was dus nogal klein van stuk, maar het model is ook typerend voor de 18de-eeuwse mode, waarbij een heer zijn rug rechtte, de schouders ver naar achter trok en de borst vooruit stak.

Sinds de 17de eeuw waren mannenjassen vrij recht van snit, met vanaf het middel diepe plooien in de zijnaden. Deze boden extra bewegingsruimte bij het paardrijden. Dit model was overgenomen uit de militaire dracht. Ook de grote knopen en knoopsgaten, zakken en manchetten van de militair waren mode geworden. In de loop van de 18de eeuw werd het silhouet zwieriger. De voorpanden werden schuin weggesneden, zodat het feestelijk versierde vest beter zichtbaar werd.

Behalve een jas - ook wel rok of frak genoemd - en een kniebroek, droeg een heer ook nog kousen, gehakte schoenen met gespen en een eveneens fraai geborduurd vest. Onder dit alles droeg hij een lang wit onderhemd met mouwen. In de broek gepropt vervulde dit hemd vaak tegelijk de functie van onderbroek. Het was mode om een gepoederde pruik te dragen. Iedere ochtend werd deze pruik door een bediende ingesmeerd met vet en met meel bestrooid. In de loop van de dag verloor men een deel van dat witte poeder, zodat op de schouders witte vlekken verschenen.

redingote

In de 18de eeuw werd de paardrijsport in hofkringen steeds populairder. De paardrijjas die vrouwen hierbij droegen - een 'riding coat' met een zeer wijde rok en teruggeslagen voorpanden - werd vervolgens tussen 1785 en 1795 in het Franse modebeeld opgenomen. De naam werd daarbij verbasterd tot 'redingote'. De redingote was een 'robe-manteau', een jasjurk, het eerste dameskledingstuk dat zowel binnen als buiten gedragen kon worden. De robe-manteau was vanaf die tijd niet meer uit de mode weg te denken. Deze groene redingote dateert uit circa 1785 en is waarschijnlijk gemaakt in Nederland. Onder de openvallende japon komt een rose satijnen rok tevoorschijn, die is geborduurd met lelietjes-van-dalen. Op de groene japon zijn, in imitatie van een militaire jas, namaak knoopsgaten versierd met geborduurde koorden. http://www.rijksmuseum.nl/aria/aria_assets/BK-1978-250?id=BK-1978-250&page=0&lang=nl&context_space=&context_id=

robe al la francaise

Op deze gele zijden japon uit omstreeks 1760 zijn paarse bloemenranken geborduurd. De japon is breed en wordt ondersteund door een afgeplatte hoepelrok of 'panier'. Vanaf het middel valt het kledingstuk open zodat een aparte voorschoot van dezelfde stof zichtbaar wordt. Een opvallend borststuk of 'devant-de-gorge', versierd met gerimpelde stroken ripszijde, bedekt de borstpartij. Dit ruimvallende kledingstuk raakte gedurende het tweede kwart van de 18de eeuw in Frankrijk in de mode en werd bekend als 'robe á la française'.

Op de rug hangen brede, platte 'watteau-plooien' vanaf de schouders naar beneden. De stof is gevouwen en geplooid in plaats van in model geknipt, en vervolgens vastgenaaid. Deze werkwijze had een praktische reden: vanouds mochten de naaisters, die de vrouwenkleding maakten, geen stof 'snijden'. Dat was voorbehouden aan (mannelijke) kleermakers of 'snijders'. In vrouwenkleding zijn dikwijls vele meters stof verwerkt. http://www.rijksmuseum.nl/aria/aria_assets/BK-1978-248?id=BK-1978-248&page=1&lang=nl&context_space=&context_id=