Pagina's

zondag 8 november 2009

jas en broek

Na het midden van de 18de eeuw droegen modieuze mannen een jas van effen stof, versierd met veelkleurig borduursel. Vaak waren in het borduurwerk metaaldraad, lovers, pailletten of gekleurd glas verwerkt, zodat iemand in zo'n kostuum letterlijk een 'schitterende' entree kon maken. Hoewel niet zรณ spectaculair, was ook dit kostuum bedoeld om te dragen tijdens feestelijke gelegenheden. Helaas is de oorspronkelijk donkerblauwe fluweel met de golvende ribbels sterk verkleurd. Het jasje is erg smal in de schouders. De man die dit pak droeg was dus nogal klein van stuk, maar het model is ook typerend voor de 18de-eeuwse mode, waarbij een heer zijn rug rechtte, de schouders ver naar achter trok en de borst vooruit stak.

Sinds de 17de eeuw waren mannenjassen vrij recht van snit, met vanaf het middel diepe plooien in de zijnaden. Deze boden extra bewegingsruimte bij het paardrijden. Dit model was overgenomen uit de militaire dracht. Ook de grote knopen en knoopsgaten, zakken en manchetten van de militair waren mode geworden. In de loop van de 18de eeuw werd het silhouet zwieriger. De voorpanden werden schuin weggesneden, zodat het feestelijk versierde vest beter zichtbaar werd.

Behalve een jas - ook wel rok of frak genoemd - en een kniebroek, droeg een heer ook nog kousen, gehakte schoenen met gespen en een eveneens fraai geborduurd vest. Onder dit alles droeg hij een lang wit onderhemd met mouwen. In de broek gepropt vervulde dit hemd vaak tegelijk de functie van onderbroek. Het was mode om een gepoederde pruik te dragen. Iedere ochtend werd deze pruik door een bediende ingesmeerd met vet en met meel bestrooid. In de loop van de dag verloor men een deel van dat witte poeder, zodat op de schouders witte vlekken verschenen.

Geen opmerkingen: